Toen de Vlaamse Regering van start ging in 2009, was het Vlaamse platteland hoopvol. Het regeerakkoord stelde een ‘projectmatig’ plattelandsfonds in het vooruitzicht. De vorige Vlaamse Regering had werk gemaakt van het ‘bestuderen’ van de problematieken van het platteland (onder de noemer interbestuurlijk plattelandsoverleg, IPO), en het leek alsof de huidige Vlaamse Regering eindelijk zou overgaan tot het oplossen van die problemen door middelen ter beschikking te stellen via een plattelandsfonds.
De burgemeesters van de Westhoek kregen op 21 oktober echter een koude douche: op basis van een parlementaire vraag kregen ze te horen dat er minstens nog een jaartje zal moeten worden gewacht op dit fonds. Toen de Vlaamse minister-president in zijn septemberverklaring met geen woord repte over een plattelandsfonds, zagen de plattelandsgemeenten de bui al hangen. Wat dit nieuwe uitstel bijzonder stuitend maakt voor de burgemeesters, is dat dit niet eens het gevolg is van de besparingsoefeningen waarmee diverse overheden nu worden geconfronteerd. De boodschap van de Vlaamse Regering in september was immers dat er meerdere honderden miljoenen euro ter beschikking waren voor nieuw Vlaams beleid.
Er werden allerhande initiatieven aangekondigd die niet eens deel uitmaakten van het Vlaamse regeerakkoord (bv. de Vlaamse geboortepremie). En dit terwijl er in een eerste fase amper 7 miljoen euro diende te worden uitgetrokken voor de start van dit fonds…
Wat ze al wisten wordt bevestigd: het platteland is niet prioritair voor de Vlaamse Regering. Integendeel, deel uitmaken van dat platteland hanteert Vlaanderen vaak als reden om niet te moeten investeren. Het platteland, de tuin van Vlaanderen, wordt steeds schaarser in Vlaanderen en moet zo veel mogelijk in stand worden gehouden, dus besluit de Vlaamse Regering dat er in het platteland vooral niks moet gebeuren. Maar iedereen die over een tuin beschikt weet dat ook het onderhoud en de ontwikkeling ervan geld kost. Geld dat plattelandsgemeenten op eigen kracht niet bijeen kunnen brengen.
De afgelopen jaren werden de politieke vertegenwoordigers van het platteland vooral de mond gesnoerd door de Vlaamse overheid. Ze kregen te horen dat de problemen van het platteland vooral een gevolg zijn van een te beperkte bestuurskracht. Als ze er niet in slaagden hun eigen winkel op orde te brengen, dan zou Vlaanderen wel eens van bovenaf fusies komen opleggen, zo kregen ze te horen. Verder wist de Vlaamse Regering in haar groenboek interne staatshervorming ook te vertellen dat de provincies best dienden te worden afgeschaft, terwijl dit bestuursniveau al meerdere jaren pionier is in het ontwikkelen van het platteland.
De politieke mandatarissen van het Vlaamse platteland zullen hun kiezers straks recht in de ogen kunnen kijken. De realisaties die er zijn, zijn het gevolg van eigen inspanningen, Vlaanderen stond er bij en keek er naar.
Bernard Heens
Voorzitter Westhoekoverleg
